Bij hoeveel graden 's nachts heeft een buitenkonijn in oktober een winterklaar hok nodig

Bij hoeveel graden 's nachts heeft een buitenkonijn in oktober een winterklaar hok nodig

Zodra de nachttemperatuur structureel onder de 10 graden zakt, en dat gebeurt in Nederland meestal in de tweede helft van oktober, moet het hok van een buitenkonijn winterklaar zijn: tochtvrij, droog, met een dikke laag stro en een afgesloten slaapgedeelte. Een gezond volwassen konijn met een goede wintervacht kan temperaturen rond het vriespunt prima aan, maar alleen als het hok op tijd is aangepast en het dier de kans heeft gehad om langzaam aan de kou te wennen. Wacht je tot de eerste nachtvorst in november, dan ben je te laat.

Waarom 10 graden het kantelpunt is

Konijnen zijn van nature veel beter bestand tegen kou dan tegen hitte. Hun vacht wordt vanaf september dikker, mits ze buiten leven en de afnemende daglengte meemaken. Rond de 10 graden begint een konijn merkbaar meer energie te verbruiken om zijn lichaamstemperatuur van ongeveer 38,5 tot 39,5 graden vast te houden. Dat is op zich geen probleem, zolang het dier droog zit, uit de wind blijft en genoeg te eten heeft. Onder de 10 graden wordt een nat of tochtig hok echter snel gevaarlijk, omdat vocht en wind samen veel meer warmte wegtrekken dan droge kou alleen.

Wat "winterklaar" concreet betekent

Het gaat om vier dingen die je in een middag regelt. Zet het hok met de open kant uit de wind, in Nederland meestal richting het oosten of zuidoosten, en bij voorkeur onder een afdak of tegen een muur. Zorg voor een dicht slaaphok van minimaal 50 bij 60 centimeter per konijn, gevuld met een laag stro van 15 tot 20 centimeter waar het dier zich helemaal in kan ingraven. Controleer of de bodem niet direct op de koude grond staat; een pallet of een paar tegels eronder scheelt al veel. En sluit de gaasvoorkant 's nachts af met een doorzichtige noppenfolie of een plexiglasplaat, met een kier aan de bovenkant voor frisse lucht.

Stro versus hooi

Veel eigenaren gooien extra hooi in het hok als isolatie, maar hooi is voer en houdt vocht vast. Gebruik stro als bodembedekking en warmtelaag, en hooi apart in een ruif zodat het droog blijft. Ververs het stro in het slaapgedeelte minstens twee keer per week, want vochtig stro isoleert niet meer en veroorzaakt huid- en voetzoolproblemen.

Wat je nu al in september kunt doen

De belangrijkste fout is een konijn dat de zomer binnen heeft doorgebracht in oktober ineens buiten zetten. Het dier heeft dan geen wintervacht opgebouwd en kan bij 5 graden al onderkoeld raken. Woont je konijn al buiten, laat hem dan gewoon buiten; de geleidelijke daling van september naar november is precies wat zijn vacht nodig heeft. Twijfel je, dan is een schuur of onverwarmde bijkeuken met een raam een veilig tussenstation, maar niet de warme woonkamer, want dan mag hij tot april niet meer terug naar buiten.

Wanneer het echt te koud wordt

Bij een nacht van min 5 of kouder, of bij langdurige natte kou met harde wind, is extra actie nodig: een tweede laag stro, een kruik gevuld met warm water in een dikke handdoek gewikkeld, en een check of het drinkwater niet bevriest. Konijnen die alleen zitten, hebben het zwaarder dan een koppel dat tegen elkaar aan kruipt. Oude konijnen, dieren onder de 6 maanden en konijnen met een dunne vacht zoals de Rex verdienen bij vorst een plek in de schuur.

Signalen dat je konijn het koud heeft

Een konijn dat opgebold in een hoek zit met de oren plat, koud aanvoelende oren heeft, minder eet of trillend beweegt, komt warmte tekort. Voel je aan de oren dat ze koud zijn, dan moet je direct handelen.

Zo pak je het de komende weken aan

Plan de aanpassing van het hok voor begin oktober, verhoog vanaf dan de portie hooi met ongeveer een kwart, want kou kost energie, en houd de weersverwachting in de gaten voor de eerste nacht onder de 10 graden. Dan staat er een droog, windvrij hok klaar en heeft je konijn de herfst gebruikt om zelf zijn winterjas aan te trekken.