Vanaf welke temperatuur is het te warm om je hond overdag uit te laten

Vanaf welke temperatuur is het te warm om je hond overdag uit te laten

Zodra het kwik in juni omhoog kruipt, vragen veel hondenbezitters zich af wanneer een wandeling eigenlijk te heet wordt. Honden kunnen hun warmte minder goed kwijt dan mensen, dus de grens ligt lager dan je misschien denkt. Als vuistregel geldt: vanaf 20 graden moet je opletten en boven de 25 graden kun je een hond overdag beter niet meer intensief uitlaten.

Waarom honden sneller oververhit raken

Een hond zweet nauwelijks. Hij regelt zijn temperatuur vooral door te hijgen en een beetje via de voetzooltjes. Bij warm weer werkt dat systeem minder goed, zeker als er weinig wind staat of de luchtvochtigheid hoog is. Daardoor kan een hond bij dezelfde temperatuur veel eerder oververhit raken dan jij.

De temperatuurgrenzen op een rij

Tot ongeveer 20 graden is er voor de meeste honden niets aan de hand. Tussen 20 en 25 graden kun je nog wandelen, maar houd het rustig en kies schaduwrijke routes. Boven de 25 graden wordt het link, en vanaf 28 tot 30 graden is een gewone wandeling overdag echt af te raden. Voor kwetsbare honden, zoals kortsnuitige rassen, pups, oudere dieren en honden met overgewicht, liggen deze grenzen nog een paar graden lager.

Vergeet het asfalt niet

De luchttemperatuur is maar de helft van het verhaal. Op een zonnige dag van 25 graden kan asfalt oplopen tot 50 graden of meer, heet genoeg om de voetzooltjes van je hond te verbranden. Doe daarom de zeven-secondentest: leg je handrug zeven seconden op de stoep. Houd je dat niet vol, dan is het te heet voor de poten van je hond.

Wanneer wel wandelen bij warm weer

Plan je wandelingen op de koelste momenten van de dag: vroeg in de ochtend voor acht uur en laat in de avond na negen uur. Neem altijd water mee, kies voor gras en schaduw in plaats van open asfalt, en houd het tempo laag. Een korte snuffelwandeling is bij hitte beter dan een lange, intensieve tocht.

Let op signalen van oververhitting

Hevig hijgen, veel kwijlen, een felrode tong, sloomheid of wankelen zijn alarmsignalen. Breng je hond dan direct naar de schaduw, bied lauw water aan en koel hem af met natte handdoeken op de buik en poten. Herstelt hij niet snel, ga dan meteen naar de dierenarts, want een hitteberoerte is levensgevaarlijk.

Houd in de zomer dus vooral de grens van 25 graden in je achterhoofd, gebruik de asfalttest en wandel op de koele uren. Zo geniet je hond ook in juni veilig van zijn dagelijkse rondje.