Een konijn van 2 kilo eet gemiddeld 100 tot 150 gram hooi per dag, en dat is ook de ondergrens waar je op moet letten. In de praktijk geef je altijd meer dan hij opeet, zodat de hooirek nooit leeg is. In de winter eet een buitenkonijn vaak 10 tot 25 procent meer, omdat hij veel energie nodig heeft om warm te blijven. Reken dan op zo'n 130 tot 180 gram per dag.
Waarom hooi de basis van het menu is
Ongeveer 80 procent van wat een konijn eet, hoort hooi of vers gras te zijn. De vezels houden de darmen in beweging en slijten de tanden van nature af, want die groeien je hele leven door. Een konijn dat te weinig hooi krijgt, loopt een groter risico op darmstilstand en gebitsproblemen. Brokjes en groenten zijn een aanvulling, geen hoofdmaaltijd.
Zo reken je het uit voor jouw konijn
Een handige vuistregel is dat je konijn per dag een bundel hooi eet die ongeveer zo groot is als zijn eigen lichaam. Bij een konijn van 2 kilo past dat in een flinke dubbele handvol. Weeg het een paar dagen af op een keukenweegschaal, dan zie je al snel hoeveel jouw dier werkelijk opeet. Raap je 's ochtends veel ongebruikt hooi uit het hok, dan zit je goed. Is de rek leeg voordat je opnieuw bijvult, dan moet er meer in.
Een voorbeeld voor een week in december
Stel dat je konijn in november gemiddeld 120 gram per dag opat. Bij vorst en een buitenhok verhoog je dat met 20 procent naar 144 gram. Over zeven dagen is dat ruim 1 kilo hooi. Een zak van 1 kilo is dus voor één konijn niet eens een volle week genoeg, iets waar veel eigenaren in de wintermaanden bij hun inkoop niet aan denken.
Wat je in de winter extra moet doen
Meer hooi alleen is niet genoeg. Zorg dat het hok droog en tochtvrij staat, geef extra hooi of stro als isolatie in het slaapgedeelte en controleer dagelijks of het drinkwater niet bevroren is. Verschuift je konijn zijn eetpatroon, dan is dat een signaal. Eet hij ineens veel minder, lees dan eerst wat je kunt doen als je konijn ineens geen hooi meer eet, want dat vraagt soms om snel handelen.
Kies kwalitatief goed hooi
Goed hooi ruikt fris en zoet, heeft een groene tot gele kleur en bevat geen stof of schimmelplekken. Vermijd hooi dat grijs of zwart is, vochtig aanvoelt of naar zuur ruikt. Wissel gerust tussen soorten, bijvoorbeeld graslandhooi, kruidenhooi en luzerne voor jonge dieren, zodat het menu interessant blijft. Bewaar het op een droge, luchtige plek en niet in een afgesloten plastic zak, want daarin gaat het snel schimmelen.
Schrijf voor jezelf een paar dagen op hoeveel gram je geeft en hoeveel er over is. Met die cijfers weet je precies wat je konijn nodig heeft en kun je in de winter op tijd bijsturen, nog voordat het voorraadkistje leeg raakt.