Een hond van 20 kilo mag zonder problemen 50 tot 80 gram gekookte pompoen per dag eten, dat is ongeveer twee tot drie eetlepels. Pompoen is niet giftig voor honden, integendeel: het is vezelrijk, laag in calorieën en helpt bij zowel te dunne als te harde ontlasting. De grens zit hem vooral in de hoeveelheid vezels. Geef je veel meer dan die 80 gram, dan krijgt je hond juist last van winderigheid of diarree. Nu de pompoenen in oktober overal in de supermarkt en op de markt liggen, is dit het moment om er een vast klein extraatje van te maken.
Waarom pompoen goed is voor je hond
Pompoenvlees bestaat voor het grootste deel uit water en bevat oplosbare vezels, kalium, vitamine A en een klein beetje vitamine C. Die oplosbare vezels werken twee kanten op. Bij diarree binden ze vocht in de darm, waardoor de ontlasting steviger wordt. Bij verstopping houden ze juist vocht vast in de darminhoud, waardoor alles soepeler doorloopt. Dierenartsen adviseren daarom vaak een lepel pompoen bij lichte darmklachten, voordat er medicatie aan te pas komt.
Daarnaast is pompoen een goede vulling voor honden die moeten afvallen. Honderd gram gekookte pompoen levert maar zo'n 25 kilocalorieën, terwijl het wel een verzadigd gevoel geeft. Vervang je een deel van de brokken door pompoen, dan eet je hond een even grote portie met minder energie.
De juiste hoeveelheid per gewicht
Als vuistregel kun je ongeveer een theelepel per 5 kilo lichaamsgewicht aanhouden als je begint, en dat langzaam opbouwen naar maximaal een eetlepel per 5 kilo. Voor een hond van 20 kilo betekent dat starten met 20 tot 25 gram en na een paar dagen doorgroeien naar 50 tot 80 gram per dag. Een kleine hond van 8 kilo blijft rond de 20 tot 30 gram, een grote hond van 35 kilo mag richting de 120 gram.
Begin altijd klein. De darmen van je hond moeten wennen aan de extra vezels. Ga je in één keer naar de maximale hoeveelheid, dan is de kans groot dat je de eerste dagen een winderige hond in de kamer hebt liggen. Verdeel de pompoen bij voorkeur over twee maaltijden.
Welke pompoen en hoe bereid je hem
Vers en gekookt
De oranje flespompoen (butternut) en de hokkaido zijn allebei prima. Snijd het vruchtvlees in blokjes, kook of stoom het 15 tot 20 minuten zonder zout tot het zacht is en prak het fijn. Het schil van de hokkaido is eetbaar, maar voor je hond kun je het beter verwijderen omdat het taai blijft. Zaden en het draderige binnenste haal je er ook uit.
Uit blik of pot
Pure pompoenpuree uit blik is ook goed, mits er niets aan toegevoegd is. Let op het etiket: pompoentaartvulling bevat suiker, kaneel en soms nootmuskaat, en dat laatste is giftig voor honden. Alleen "100% pompoen" is geschikt.
Rauw liever niet
Rauwe pompoen is niet gevaarlijk, maar wel moeilijk verteerbaar. De vezels zijn dan nog hard en je hond haalt er weinig uit. Gekookt of gestoomd is beter en bovendien makkelijker te doseren.
Wanneer je beter kunt oppassen
Heeft je hond diabetes, dan overleg je eerst met de dierenarts: pompoen bevat natuurlijke suikers, al is de hoeveelheid bescheiden. Ook bij honden met een nierprobleem is voorzichtigheid geboden vanwege het kalium. En houdt de diarree of verstopping langer dan twee dagen aan, dan is pompoen geen oplossing meer en hoort je hond bij de dierenarts.
Let in oktober ook op de sierpompoenen die bij mensen op de stoep en in de tuin staan. Die kleine bonte kalebassen zijn bitter en kunnen maagklachten geven. Laat je hond er dus niet aan knabbelen tijdens de wandeling, en ook de uitgeholde halloweenpompoen die een paar dagen buiten heeft gestaan kan beter niet worden opgegeten: die begint snel te schimmelen.
Zo maak je er een handige voorraad van
Kook in één keer een hele pompoen, pureer het vruchtvlees en vries het in porties van 50 gram in, bijvoorbeeld in een ijsblokjesvorm. Elke dag ontdooi je dan precies één portie voor je hond van 20 kilo. Zo heb je met één pompoen van 1,5 kilo makkelijk drie tot vier weken aan gezonde extraatjes in de vriezer liggen, precies genoeg om de hele herfst door te komen.